May 082017
 

Deze week een blogpost van Eva Kattz, auteur en schrijfcoach. Ze heeft het over de nachtmerrie van elke schrijver: writer’s block.

***

Je bent een Auteur. Je hebt keihard gewerkt aan het verbeteren van je schrijfstijl en je huidige werk is mijlen verwijderd van waar je ooit begon. Daarnaast voel je je gesteund door familie en vrienden en je weet gewoon dat je het gaat maken. Maar dan zijn er toch nog altijd twee woorden die je de stuipen op het lijf kunnen jagen: writer’s block.

Hoe goed je ook je best doet, toch kan het gebeuren dat je op een gegeven moment ‘vastloopt’. Misschien maar voor enkele dagen, maar als je pech hebt voor jaren. De nachtmerrie van elke schrijver. Maar eigenlijk is het helemaal niet vreemd als dat gebeurd. Als schrijver ben je immers het grootste deel van de tijd op jezelf aangewezen. Je kunt nog zoveel lezen over schrijfstijl en -techniek, maar uiteindelijk ben jij zelf verantwoordelijk voor het produceren van een goed boek.

Maar wat is writer’s block nu eigenlijk? Waar komt het vandaan en, nog belangrijker, hoe kom je er weer vanaf?

Wat is writer’s block
We zijn allemaal unieke persoonlijkheden en de meeste schrijf-gerelateerde problemen ontstaan dan ook vanuit die mix van unieke karaktereigenschappen en omstandigheden. Maar er is één ding wat bijna alle schrijvers gemeen hebben: het idee dat writer’s block een soort aandoening is. Iets wat je op kunt lopen en waar weinig tegen te doen is. Gelukkig is dat volkomen onzin!

Writer’s block is niet iets waar je je maar gewoon overheen moet zetten. Maar het is ook niet onoverkomelijk. Writer’s block is een combinatie van één of meerdere leugens die we onszelf vertellen en waar we uiteindelijk in gaan geloven.

Leugen 1: Ik ben niet creatief genoeg om een échte schrijver te worden
Oftewel: te weinig ideeën

Beginnende schrijvers worden nogal eens geconfronteerd met het advies ‘gewoon lekker gaan schrijven, dan komt succes vanzelf.’ Het lijkt een goed idee. Dit is immers ook het beeld dat we meestal voorgeschoteld krijgen in de populaire media: de ketting rokende schrijver achter zijn typemachine met daarnaast de verplichte bak ondrinkbare koffie en een hoop proppen papier.

Het probleem begint wanneer we denken dat mentaal en lichamelijk afzien gelijk staat aan productiviteit. Op dat moment vergeten we dat we als schrijvers ook plezier mogen hebben in ons werk. Een goede manier om dat plezier te houden is zorgen dat je van te voren weet wat je gaat schrijven. Het vooraf plotten van je verhaal is namelijk geen misdaad. (Ondanks wat sommigen je willen doen geloven).

Daarom is het misschien beter om het volgende te doen: ga zitten maar begin niet met schrijven. Maak eerst een grondig plan van wat er eigenlijk in je verhaal moet gebeuren, en (erg belangrijk) trek hier genoeg tijd voor uit. Je zult zien dat je opeens veel meer ideeën hebt dan je dacht.

Leugen 2: Ik heb 200 pagina’s aan notities, maar nog geen boek
Oftewel: te veel ideeën

Dit is waarschijnlijk de mildste vorm van writer’s block waar je mee te maken kunt krijgen. Het tegengif is dan ook een simpel maar waardevol advies: stop met proberen om al je ideeën in één boek te proppen. Ga eerst eens na waar eigenlijk je voorkeur naar uit gaat. Is er één genre waar je graag in wilt schrijven of zijn het er meer? Wil je een losstaand verhaal schrijven of misschien een serie?

Kijk dan welke ideeën het beste bij welke keuzes passen. Een paar losse science-fiction ideeën zijn waarschijnlijk niet genoeg als basis voor een epische serie, maar ze kunnen je wel inspireren tot het schrijven van een kort verhaal. Ook hier is het vooraf goed plannen wat je wil gaan doen de beste manier om van je writer’s block af te komen.

Leugen 3: Ik moet gewoon kunnen gaan zitten en schrijven
Oftewel: Net genoeg ideeën om te beginnen

Dit is het meest verraderlijke type writer’s block wat er is, voornamelijk omdat je het eigenlijk niet aan ziet komen.
Wanneer je al je research hebt gedaan en je (digitale) pen en papier klaar liggen klaar liggen, is het moment van de waarheid gearriveerd: je begint met het schrijven van de eerste versie. Bij aanvang ben je nog enthousiast, maar dan struikel je vroeg of laat over één van de volgende problemen.

  1. Je loopt vast in het midden van je verhaal en je hebt geen enkel idee hoe het verder moet.
  2. Je raakt geobsedeerd door één bepaalde paragraaf die je vervolgens eindeloos opnieuw bekijkt en herschrijft. Totdat je er een week later achter komt dat die specifieke paragraaf eigenlijk helemaal niets toevoegt aan de rest van het verhaal en gewoon geschrapt kan worden.
  3. Je hebt met veel pijn en moeite het laatste hoofdstuk bereikt. Nu ben je toe aan de redigeer fase. Je leest je manuscript zorgvuldig door…en ontdekt dat dat er eigenlijk geen touw aan vast te knopen is.

En daarmee zijn we eigenlijk weer terug bij Leugen 1: de ploeterende schrijver die er tien jaar over doet om een manuscript af te krijgen maar dan nog steeds niet tevreden is.
Ga plannen en je zult zien dat de puzzelstukjes op z’n plaats vallen.

Of je al ooit te maken hebt gehad met writer’s block of (gelukkig) niet, het loont om een goed plan te maken, ruim vóór dat je pen op papier zet. Dan zul je zeker merken dat je plezier in je werk houdt, en dat je nooit bang hoeft te zijn voor writer’s block.

Aanverwante blogpost:

***

Illustraties via abonnement op iClipart

Over Eva Kattz
Eva Kattz schrijft zowel fictie als non-fictie boeken en is een gedreven self-pubber. Zij woont samen met haar man en vier katten in Noord-Nederland. Eva en Maria schreven samen een boek over het plotten van fictie. Dit boek komt in oktober 2017 uit.
Eva is momenteel bezig met het schrijven van een Epic Fantasy serie en een serie Ghost Stories. Daarnaast is ze bezig met het opzetten van haar eigen bedrijf als schrijfcoach en redacteur.

Oct 102016
 

workout3Het schrijven van een boek is zwaar. Niet alleen is het geestelijk een hele opgave, maar lichamelijk is het urenlang zitten achter een bureau ook niet bevorderlijk. Zitten is niet voor niets het ‘nieuwe roken’, dus dat is voor schrijvers een hele uitdaging.

Ik heb persoonlijk al jaren een zwakke plek in mijn rug en merk dat als ik lang achter de computer zit, ik extra last krijg. Dat is vervelend, want soms wil ik wel schrijven, maar heb ik gewoon te veel pijn.
Ik ben dus ook al jaren bezig een middenweg te vinden tussen schrijven (stilzitten) en bewegen, zodat ik geen pijn heb en toch mijn werk kan doen.

Het probleem is dat aan een kant ik het jammer vind om van mijn bureau weg te zijn, omdat ik dan niet aan het schrijven ben. Dit voelt dan als ‘tijdsverspilling’, vooral nu ik bezig ben met het opzetten van mijn eigen bedrijf. Maar natuurlijk moet ik ook wel eens boodschappen doen, of de was ophangen, dus onvermijdelijk ben ik toch best veel tijd van mijn bureau weg.

Maar dat het tijdsverspilling is, is onzin. Juist als je beweegt gaan je hersenen beter werken en komt je verbeelding op gang, waardoor je ideeën kan krijgen. Het helpt mij dus echt om na drie kwartier typen, boodschappen te gaan doen, want dan doet mijn brein even iets heel anders en komt het verfrist terug.
Ik zie dan wel eens bekenden kijken in de supermarkt, als ik daar om half 10 ’s ochtends rustig rondloop. ‘Lekker makkelijk dat je de hele dag vrij bent,’ zeggen ze dan. Ik vertel ze dan maar niet dat ik al vanaf half 7 achter de computer zat, want dat begrijpen ze toch niet.

Vanwege mijn rugprobleem ga ik bovendien ‘verplicht’ drie keer in de week naar de fitness. Hiermee bouw ik spiermassa op en is mijn rug minder snel pijnlijk als ik veel zit.
Wat ik ook merk is dat ik tijdens mijn fitness of pilates oefeningen niet bezig ben met mijn boek. Toch merk ik later vaak wel dat ik onderbewust een ‘probleem’ heb opgelost, dus het plotten gaat door.
Bovendien voel ik me altijd vrolijk en vol energie na het fitnessen, wat weer bevorderlijk is voor mijn algehele gemoedsrust.

Mijn tijd bij de fitness en het boodschappen doen is dus niet verspilde tijd. Het is tijd die ik bewust inplan om zo gezond mogelijk te blijven om mijn werk goed te kunnen doen.
Daar heb ik baad bij en hopelijk mijn lezer ook.

Aanverwante blogpost:

***

Illustratie via abonnement op iClipart

Aug 182016
 

Teacher2De laatste paar weken ben ik bezig geweest te kijken hoe ik mijn nieuwe schrijf-/uitgeefbedrijf vorm kan geven. Bij vlagen is het beangstigend hoeveel werk er op me afkomt, maar het is vooral ook heel erg leuk om mijn eigen toekomst te bepalen.

Een steeds terugkerend feit is dat bijna alles wat ik doe met betrekking tot het schrijven en uitgeven, plaatsvind in de Engelstalige wereld. Of ik nu rondhang op schrijvers forums, luister naar podcasts over de indie wereld of een online cursus volg om mijn kennis op te krikken. Alles gebeurd in het Engels.

Zo ook mijn schrijven. Behalve dit blog, is alles wat ik schrijf in het Engels. Verloochen ik daarmee mijn Nederlandse afkomst? Nee, natuurlijk niet. Voor mij is het vooral een praktische keus boeken in het Engels te schrijven en deze te publiceren in op Engelstalige markt. Want iedereen kan toch wel op z’n, zeer Nederlandse, klompen aanvoelen dat de Engelstalige verkoopmarkt vele malen groter is dan de Nederlandstalige.

In de Lage Landen krijgen kinderen tegenwoordig al op vroege leeftijd Engels op school. Dat was in mijn tijd niet anders. Ik was 12 toen ik Engels begon te leren en iedereen van 47 jaar en jonger zal dit ook mee hebben gemaakt.
Waarom zijn er dan zo weinig Nederlandstalige schrijvers die in het Engels schrijven? Is het de angst dat ze niet goed genoeg zijn? Of het feit dat ze denken geen uitgever te kunnen vinden met een ‘gebrekkige’ Engelse tekst?

Maar denk nu eens logisch na. De Engelstalige wereld is veel groter dan de Nederlandstalige. Bovendien is de Engelstalige self-pub wereld de Nederlandstalige wel vijf jaar vooruit.
Waarom zou je niet eens proberen een tekst in het Engels te schrijven en uit te geven? Je kansen om als self-pubber succesvol te worden is groter als je dat doet.
Ja, het is lastig om opeens in het Engels te moeten denken. En ja, het typen gaat langzamer. Maar dat zijn tijdelijke problemen. Oefening baart kunst

Heb je een duwtje in de rug nodig, pak dan de volgende keer dat je een boek leest van je favoriete Engelse schrijver, niet de vertaling, maar het origineel in het Engels. Kijk eens een weekend lang alleen BBC, of plak een stuk papier over de ondertiteling op je TV. Hoe meer Engels je bewust leest en hoort, hoe sneller dat school Engels weer terugkomt en hoe meer zelfvertrouwen je krijgt om eens een tekst in het Engels te produceren.

Geloof me, het is niet zo ingewikkeld als het lijkt en het geeft je self-pub business een boost. Be brave, go English!

Aanverwante blogpost:

***

Illustratie via abonnement op iClipart

Oct 142015
 

sohoIn een eerdere blogpost heb ik het gehad over de gouden regels van het self-pubben. Deze zijn een onderdeel van de ‘best practices’ voor self-pubbers, opgesteld door Mark Coker, de oprichter van Smashwords.
Er zijn meer gouden regels dan de zes die ik eerder heb genoemd, maar deze zijn toch wel de belangrijkste en ik zal ze de komende tijd nader toelichten.

GOUDEN REGEL NR. 5
Zorg dat de flaptekst het beste schrijfsel is wat je ooit hebt gedaan.

Een lezer die geïnteresseerd is geraakt in je boek door het lezen van de titel en een aantrekkelijke voorkant, zal in veel gevallen willen weten waar het boek over gaat. Ze komen hierachter door de flaptekst te lezen. Bij papieren boeken is dit te tekst op de achterkant van het boek en bij ebooks de beschrijving op de webshop.
Eigenlijk is de flaptekst een verkooppraatje – een ietwat overdreven beschrijving van je boek, die de lezer ertoe moet aanzetten je boek te kopen.

Een flaptekst is een tekst die lekker wegleest, maar het schrijven ervan is vaak moeilijker dan het lijkt.
Houdt bij het schrijven van de flaptekst rekening met de volgende punten.

Lees de flapteksten van bestsellers in je genre
Door het lezen van flapteksten in je eigen genre, krijg je een goed idee wat gebruikelijk is. Stel jezelf de volgende vragen. Leest het lekker weg? Hoeveel paragraven heeft het? Wordt je er nieuwsgierig van?

Zorg voor de juiste toon
Je weet het genre van je boek en als het goed is weet je ook voor welke doelgroep het bedoeld is. Houdt deze doelgroep in gedachten bij het schrijven van je flaptekst. Een tekst voor een thriller kan scherper zijn dan die voor een cozy mysterie of romantische fictie. Zorg dus dat je de goede toon te pakken krijgt, zodat de juiste doelgroep zich er door aangesproken voelt.

Zorg voor de juiste stijl
Zorg ervoor dat de stijl van je flaptekst overeen komt met die van het boek. Dit geeft lezers een goed beeld van wat ze kunnen verwachten in het boek zelf.

Zorg dat de hoofdpersonen bij naam worden genoemd
Uitgaande van fictie, is het belangrijk dat je in de flaptekst niet alleen de hoofdpersoon bij naam noemt, maar ook zijn werk of andere bezigheden. Hierdoor krijgt de lezer een idee wie de hoofdrolspeler is en of ze zich er mee kunnen inleven.
Geef ook een idee van de plek waar het verhaal zich afspeelt en eventueel de tijdsperiode.

Geef iets weg van het plot
Wederom voor fictie boeken, vertel iets over de verhaallijn van het boek, maar zonder dingen weg te geven. Er moet een hint van mysterie blijven hangen, zodat de lezer aangetrokken wordt om dit ‘mysterie’ zelf te ontdekken.
Bij non-fictie, vertel in het kort waar het boek over gaat en waar het de lezer over gaat informeren. Eventueel kun je puntsgewijs wat leerpunten aangeven.

Maak de flaptekst niet te lang
Honderd tot 150 woorden is genoeg. Het beste verdeelt in drie paragraven met witregels ertussen. Gebruik bovendien korte zinnen. Dit geldt voor zowel fictie als non-fictie.

Laat je flaptekst bezinken en kijk er dan nog eens naar
Net als de tekst van je boek, moet de flaptekst geredigeerd, herschreven, heruitgedacht worden, net zolang tot het perfect is. Print het uit en lees het van papier. Laat iemand anders het lezen en commentaar geven en pas het aan.
Op het internet zijn verschillende sites te vinden met meer informatie over het schrijven van een perfecte flaptekst.

De flaptekst is een stuk tekst dat wellicht nog belangrijker is dan de tekst van het boek zelf. Als de flaptekst niet goed is, zal het nooit lezers bewegen je boek te openen en daadwerkelijk te gaan lezen.

Aanverwante blogposts:

***

Illustratie via abonnement op iClipart

Apr 242015
 

writerIn een eerdere blogpost heb ik het gehad over de gouden regels van het self-pubben. Deze zijn een onderdeel van de ‘best practices’ voor self-pubbers, opgesteld door Mark Coker, de oprichter van Smashwords.
Er zijn meer gouden regels dan de zes die ik eerder heb genoemd, maar deze zijn toch wel de belangrijkste en ik zal ze de komende tijd nader toelichten.

GOUDEN REGEL NR. 1
Zorg dat je weet hoe je een boek moet schrijven.

Het lijkt logisch te stellen dat een schrijver moet weten hoe hij een boek moet schrijven. Toch is het in de groeiende self-pub wereld van groot belang dat jou boek met kop en schouders boven de anderen uitsteekt.
Alleen dan zullen je lezers het de moeite waard vinden het over jou boek te hebben met hun familie en vrienden. En het is deze ouderwetse mond-tot-mond reclame die nog altijd de grootste stimulator is voor een groeiende verkoop.
Of je nu fictie of non-fictie schrijft, het is van belang dat je weet hoe een verhaal in elkaar zit.

Non-fictie
Bij non-fictie ben jij de expert van het door jou gekozen onderwerp. Zorg dus dat je dan ook alles (en zelfs nog meer) van het onderwerp weet.

Mijn eerste twee boeken zijn non-fictie en gaan over de architectuur en geschiedenis van de stad York in Engeland. Als ik terugkijk dan heb ik maar 50-60% van mijn kennis over het onderwerp gebruikt. Het is zelfs zo dat tijdens mijn research voor het eerste boek, ik een geheel nieuw onderwerp ontdekte, waar ik zoveel van te weten kwam, dat ik besloot een tweede boek te schrijven alleen hierover.

Bij non-fictie is het ook van belang een juiste indeling te kiezen. De hoofdstukken in mijn eerste boek beginnen bij de Romeinen en eindigen bij de moderne tijd. Dit was de meest logische indeling. Zorg dus dat alles goed geordend is.

Fictie
Fictie is, zoals ik het laatste jaar heb ontdekt, een heel ander verhaal dan non-fictie. Fictie is ‘bedacht’ en dat is dan ook net datgene wat je moet doen. Je bedenkt een wereld en laat er mensen in wonen. Deze mensen worden in het boek gevolgd vanaf pagina 1, maar eigenlijk hebben ze al een leven gehad, dat hen heeft gevormd en gemaakt tot wie ze zijn op pagina 1 van jou boek. Ook dit achtergrond verhaal moet worden bedacht, anders krijg je platte oninteressante hoofdpersonen.

Daarnaast is het van belang dat het plot van het verhaal, de verhaallijn, goed in elkaar zit. Kort gezegd is het zo.

  • Het leven kabbelt wat voort en de hoofdpersoon is min of meer happy.
  • Dan gebeurd er iets wat zijn leven de kop zet.
  • De hoofdpersoon moet hierop reageren en doet dat op meer of mindere succesvolle wijzen. (Hij wil namelijk niet veranderen en hoopt dat alles terug gaat naar zoals het was voor de ingrijpende gebeurtenis.)
  • Maar hij moet wel veranderen om de gevolgen van de gebeurtenis in goede banen te leiden.
  • Heeft hij dat gedaan, dan is hijzelf gegroeid en heeft ontdekt dat ondanks deze verandering er weer een nieuw normaal is ontstaan, zodat het leven nu weer kan voortkabbelen.

Bovenstaande geldt voor elk genre, of het nu science fiction is of een romantisch verhaal.
Schrijf je een serie dan kun je per boek een gebeurtenis hebben, maar tegelijkertijd ook een of meerdere verhaallijnen hebben, die de hele serie overspannen.

Dat brengt mij bij het laatste punt. Er twee soorten schrijvers. Plotters en pantsers, zoals ze in het Engels worden genoemd.

De plotters plannen hun verhalen soms tot in detail uit en zijn daarna pas in staat daadwerkelijk te beginnen met schrijven. Ik ben een plotter. Ik ben al anderhalf jaar bezig met het bedenken en plannen van een nieuwe detective serie en ik hoop dat ik deze zomer kan gaan schrijven.

Pantsers (van de uitspraak ‘flying by the seat of their pants’, zeg maar op de bonnefooi) beginnen gewoon met schrijven en zien wel waar het schip strand.

Laat me duidelijk zijn dat beide goede legitieme methoden zijn om een fictie verhaal te schrijven, alleen heel verschillend. Een pantser zou allang gillend gek geworden zijn van mijn methode, net zoals ik mij niet kan voorstellen dat ik ‘zomaar’ zou kunnen beginnen met schrijven.

Er zijn over het schrijven van zowel non-fictie als fictie vele boeken en blogs geschreven, die je op weg kunnen helpen. Zolang je zorgt dat je weet hoe je van een verhaal een fantastisch goed boek kunt maken, zit je goed.

Aanverwante blogpost:

***

Illustratie via abonnement op iClipart