Hoe schrijf ik een fantastisch boek?

We hebben het over het schrijven van een fantastisch boek! Hoe krijg je een fantastisch boek en waar wil je op letten tijdens het schrijven om de aandacht van je lezer vast te houden?

Luister hierboven of via je favoriete podcast-app. Hieronder staan de hoogtepunten en de volledig uitgetypte versie van de aflevering.

Hoogtepunten uit de aflevering

  • Wat maakt een boek fantastisch?
  • Wat zijn 3D-karakters?
  • Wat is het belang van een sterk plot (ook wel structuur genoemd)?
  • Wat is een genre conventie en is dat iets om rekening mee te houden?
  • Waar moet je op letten als je aan het schrijven bent?
  • Wat is een schrijfbijbel, en waarom is dat belangrijk?
  • Hoe maak je het verschil duidelijk tussen een rust en actie scène?
  • Wat is backstory?

Wil je meer weten over hoe je een fantastisch boek schrijft, lees dan Petra’s blogpost: Hoe schrijf je een pakkend verhaal?

***

Volledig uitgetypte versie van het gesprek

Maria: Hallo, Petra.

Petra: Hallo, Maria.

Maria: Wij gaan weer praten over een interessant onderwerp, denk ik. Wat maakt een boek fantastisch? Een fantastisch boek schrijven, hoe doe je dat? Hoe krijg je als schrijver een fantastisch boek? Daar gaan we het over hebben vandaag.
En mijn eerste vraag aan jou is, want jij bent de schrijfcoach, dus jij hebt wel verstand van dingen.

Wat maakt een boek fantastisch?

Petra: Ja. Dat vind ik een hele grappige vraag aan een kant, want uiteindelijk is het heel erg persoonlijk wat iemand fantastisch vind aan een boek, natuurlijk. Maar er zijn wel een paar basisprincipes die gewoon goed moeten staan wil je je lezers mee kunnen nemen in het verhaal. Een ervan is bijvoorbeeld is het zorgen voor goede 3D-karakters, dus zorgen dat je mensen hebt in je verhaal die echt goed uit de verf komen. Waarbij je echt denkt: Ja, die zie ik voor me, ik weet hoe die eruit ziet. Ik heb het idee van: Dit is zijn karakter. Echt een 3D-karakter.

Maria: En wat bedoel je dan precies met 3D-karakter? Hoe omschrijf je dat? Je hebt het wel een beetje omschreven nu, maar ik denk dat je nog wel een klein beetje meer kunt uitleggen.

Petra: Ja, we gaan natuurlijk nu even puntsgewijs even dingetjes in, maar voor mij een 3D-karakter heeft te maken met: Heb je goed genoeg nagedacht over… wat voor type is het? Wat doet hij in bepaalde situaties? Tuurlijk wil je ook weten hoe hij eruit ziet. Ik weet dat sommige boeken zijn daar wat minder… het is wat minder belangrijk, want dan willen schrijvers dat je het beeld zelf een beetje begint te vormen, dat kan. Het uiterlijk is in die zin niet het allerbelangrijkste. Je wilt wel zo’n persoon neerzetten, dat je denkt: Ja ik zie hem voor me. Ik kan hem voor me zien, ik weet wat ie doet. Ik heb het karakter een beetje in de gaten. De achtergrond waar ie vandaan komt, wat zijn motivaties zijn en wat zijn onderliggende redenen zijn. Dat maakt voor mij dat het een 3D-karakter is. Echt iemand die tot leven komt vanaf de pagina.

Maria: Daar ben ik het mee eens inderdaad. Dat is heel belangrijk, dat als je een boek gaat lezen dat je een karakter hebt die je… waar je jezelf misschien ook wel in kunt herkennen. Of dat je in elk geval… iemand hoeft niet ‘likable’… je hoeft iemand niet leuk te vinden, maar hij moet wel interessant zijn. Ik denk dat dat het is. Dat kun je doen door een 3D-karakter te maken.

Wat zijn nog andere dingen die je zou kunnen doen voor een fantastisch boek?

Petra: Ik denk, het valt of staat toch wel met een sterk plot. Je moet weten… je moet toch een soort van idee hebben van: Dit gaat er gebeuren, dit is het beginpunt, dit is het eindpunt. Een sterk plot is voor mij ook iets waarbij je een groeiproces ziet van de personages, waarbij de wereld bijvoorbeeld heel anders is aan het begin als aan het eind, dat er echt iets moet gebeuren. Dus er moet een goed sterk plot bedacht zijn van tevoren, wil je in een goed fantastisch boek mensen mee kunnen nemen, dan wil je gewoon een duidelijke… Hoe noem je dat?

Maria: Een structuur?

Petra: Duidelijke structuur. Ik zat te zoeken naar het woord. Ja, je wilt een goede structuur hebben. En dat is ook gelijk waar je met plotten en pantsen, dus iemand die de structuur juist heel erg wil ten opzichte van iemand die juist heel erg zoekt van: Ik begin gewoon te schrijven en ik zie wel waar ik uitkomt.
Dat is een hekelpuntje, denk ik. Want ik denk dat de mensen die pantsen juist heel erg niét die structuur hebben. Tenminste, zij hebben wel een soort eindpunt, maar niet het letterlijke eindpunt van het boek. Maar ik denk als jij een goed verhaal, een fantastisch verhaal, wilt neerzetten, zul je een reis moeten doormaken. En dat is een plot.

Maria: Precies. Een boek moet een zekere structuur hebben, wil het leesbaar zijn. Zo zou je het kunnen zeggen.
Zijn er nog meer dingen die je zou kunnen doen? Voor hoe je een fantastisch boek maakt?

Petra: Ik denk dat… Dit is voor mij in ieder geval een persoonlijke. Als ik echt word meegevoerd in een boek, dan heeft het ook te maken met de schrijfstijl. Dus dat heeft te maken met hoe er wordt geschreven, dus dat… Ik hou bijvoorbeeld niet heel erg van dat hele bloemrijke taal. Van die omschrijvingen dat je denkt: Zeg nou gewoon wat het is. Ik bedoel, als mensen aan het seksen zijn, prima, zeg dan gewoon dat mensen… Dus maak er niet zo van: Hij zocht haar bloemetje op… Daar kan ik zó niet tegen.
Dus schrijfstijl vind ik ook heel belangrijk, wil je meevoeren in het verhaal. En dat heeft automatisch ook te maken dat je weet voor welke genre je schrijft. En voor welke lezer type? Doelgroep, noem ik dat.

Maria: Wat je ook hebt, denk ik, tenminste zoals ik het dan zie… In welke persoon schrijf je. Je hebt dus eerste persoon, wat men ook vaak wel de ik-vorm noem, maar je hebt ook de derde persoon. Bij de ik-vorm, bij de eerste persoon, voor mijn gevoel zit je dan meer in het hoofd van de lezer, van de karakter als lezer. Dus je kunt meer… Je kunt zijn gedachten lezen en dat is bij een derde persoon, schrijfstijl, is dat anders.
Dat heeft voor mijn gevoel ook te maken met schrijfstijl. Dat je dat kiest.

Petra: Ja, je moet van tevoren, voordat je begint te schrijven, wil je duidelijk hebben van wat voor soort schrijfstijl, wat voor soort vertelperspectief wil ik gebruiken. En ikzelf… Mijn boekenserie is in de ik-vorm. Ik merk dat ik dat een hele fijne manier vind om echt een lezer mee te nemen, omdat je vanuit een ik-vorm kan jij jezelf letterlijk in die persoon neerzetten. Ik ging op reis. Oh, ik – als lezer – ík ga op reis. Dus je kan gelijk die link leggen met de reis an sich. Met het personage an sich.
Dus ik denk dat die twee in die zin aan elkaar gekoppeld zijn. En dat wil je van tevoren duidelijk hebben welke kant je op wil. Want als je in eerste instantie begint vanuit een ik-perspectief en je gaat dan ineens over op een derde vertelperspectief… Dat kan niet. Dat werkt niet.

Maria: En het kan ook zijn dat je misschien begint te schrijven in een derde persoon en later erachter komt na vijf hoofdstukken: Het bevalt me toch niet, het voelt niet goed. Ik ga toch over naar de eerste persoon, moet je alles herschrijven na de eerste persoon en dat is best lastig. Want dan krijg je een heel andere dynamiek.

Petra: Klopt.
Ik denk dat als je, als we terug gaan naar de vraag ‘Hoe maak je een fantastisch boek?’. Je wilt de lezer meenemen in het verhaal en dat heeft gewoon verschillende basisprincipes waar het dan aan moet voldoen.

Maria: En nog een van de andere basisprincipe is, wat je al aanhaalde, dat je weet in welke genre je schrijft.

Petra: Ja, want je hebt bepaalde… Ik ben zelf daar altijd een beetje recalcitrant in: regels van het schrijven. Iemand die een Fantasy boek oppakt, bijvoorbeeld, verwacht een bepaalde soort verhaallijn. Die verwacht een bepaalde dit gaat er gebeuren en als jij het helemaal om gaat gooien… Dat kan, het kan werken, maar het kan ook zijn dat je je lezer tegen de borst stoot. Het is een risico.
Dus je wilt wel een basis hebben van: Dit zijn dingen die mijn genre verwacht. Wil ik mijn verhaal daaraan voldoen? Prima. Ga ik hier en daar wat afwijken. Oké. Maar weet dat je dan een beetje een risico neemt. Dus dat kan een… Maar goed aan de andere kant, kun je ook daarmee misschien een bestseller in huis halen.
Dus het kan alle kanten in die zin op. Vandaar dat ik met regels altijd een beetje… hmmm… Ik hou altijd die slag om de arm, laat ik het zo zeggen.

Maria: Wat ik zelf wel merk bij detectiveverhalen, vooral bij Cosy Mystery bijvoorbeeld, een beetje een soort van Miss Marple-achtige mystery verhalen, detectives… Daar heb je… Specifieke dingen moeten daarin voorkomen. Moeten gebeuren, of juist niet gebeuren, want anders is de lezer… Die vindt dat… Die legt het boek weg. Als bepaalde dingen niet gebeuren of juist wel gebeuren, bijvoorbeeld dat er ergens een hele bloederige moord heel duidelijk wordt beschreven, dat moet je in een Cosy Mystery niet doen. Dat moet je houden voor de meer CSI-achtige detectiveverhalen.
Dat zijn eigenlijk, wat ik dan de ‘genreconventies’ noem. Er zijn bepaalde dingen, die gebeuren gewoon in een genre wel of niet. En de lezer verwacht dat en die vindt dat prettig, en die komt daarom terug. Die weet dat een boek in een bepaald genre is, dus die verwacht bepaalde dingen. Zijn die dingen er niet, is de kans dat die niet meer deel twee in de serie gaat lezen.

Petra: Je wilt niet teveel afwijken. Ik heb zelf een voorbeeld gehad. Ik had op een gegeven moment een boektekst had ik gelezen, zo’n flaptekst. En ik denk: Ah, dit is een Fantasy boek met een… en er gaan mensen in een geestvariant… Het klonk zo fantastisch. Ik heb het boek gekocht en ik heb het gelezen en er was totaal geen Fantasy tint aan. En dan denk ik: Je geeft de lezer compleet verkeerde verwachtingen. En ik was daardoor dus ook heel erg teleurgesteld. Want het was niet het verhaal wat ik had verwacht.
Dus je mag best wel wat afwijken, maar ook, inderdaad als jij een thriller of een… nee, niet een thriller, is niet echt het goede woord, maar een murder mystery. Als je dan geen moord hebt, dan heb je geen murder mystery.
Dus je wilt een basisgegeven, wil je gewoon duidelijk hebben, van oké: Welk genre schrijf ik in? En wat moet daar minimaal in voorkomen om daaraan te kunnen voldoen?

Maria: Om de lezer het gevoel te geven dat het een fantastisch boek is.
Maar hoe doe je dat dan? Waar moet je op letten?

Hoe schrijf je een fantastisch boek? Waar moet je op letten als je aan het schrijven bent?

Petra: Eén van de eerste dingen die ik zou zeggen is: Weet waar je naartoe schrijft. Met andere woorden, heb een bestemming in gedachten, van, daar moeten we heen.
Hoe ik het doe is, ik heb een verhaallijn van tevoren bedacht. Hier beginnen we, dat is ongeveer het midden en dat is het eind. Dus ik heb het vrij goed gestructureerd, zet ik het op van waar we naar toegaan. En daarmee wijk je niet te veel af van de verhaallijn.
Iemand die aan het pantsen is zal dat dus niet hebben, maar die zal toch wel op z’n minst een eindbestemming van dat hoofdstuk willen hebben. Van waar schrijf ik nu naar toe? Want anders zijn het gewoon woorden. Je wilt wel ergens naartoe schrijven. Dus dat is denk ik wel de eerste stap. Waarbij ik zou zeggen: Wil je een fantastisch boek? Weet waar je naartoe schrijft.

Maria: Ik zou zeggen als plotter, ik ben natuurlijk een doorgewinterde plotter, zorg voor de goede structuur. Want ik denk zelf dat als een boek die geschreven is door een pantser, daar zit ook een structuur in.
Ikzelf verwacht altijd heel erg dat bepaalde dingen gebeuren op bepaalde plekken. Zo lees ik ook een boek, dat ben ik. En als dat niet gebeurt dan word ik wel teleurgesteld, maar dat heeft niet per se met genreconventies te maken, maar bijvoorbeeld…
Ik zal een voorbeeldje geven. Ik heb een keer een boek gelezen dat was aangeprijsd als Cosy Mystery. Er was ook wel een moord, maar die was pas… ik zat op mijn e-reader te lezen, dan kun je heel makkelijk zien hoeveel procent je zit… Dat de moord kwam pas op 60 procent, dat is al ver voorbij het Midpoint. Terwijl eigenlijk de genreconventie is: De moord moet in elk geval voor het eerste kwart… moet de moord voorkomen. Dus ik had echt zoiets van: Nou, dit kan gewoon niet. De structuur… Deze mevrouw heeft structuur… de genreconventies niet én de structuur niet, want als je nu zo lang wacht met de moord doen, dan weet je ook niet in het tweede gedeelte van: Gaan ze dan alvast op zoek naar de moordenaar enzovoort. Er zit een bepaalde… een soort van Hero’s Journey zit zelfs in een detectiveverhaal. Dat heb je er gewoon in, en dat zat er niet in. De hele serie is nu tien boeken, maar ik ga die andere boeken niet lezen. Daar heb ik helemaal geen behoefte aan. Ik ben bang dat ik een kat in de zak koop.

Petra: Zo zie je maar hoe belangrijk het is dat je wel de verwachting van de lezer meeneemt in het schrijven van het verhaal. Want anders krijg je inderdaad dat als je een serie gaat lezen dat mensen afhaken na het eerste boek, omdat die niet voldoet aan bepaalde verwachtingen.

Maria: Precies, en in mijn geval, dus dat de structuur ook niet klopt. Dan denk ik: Als ze dit niet goed doet, weet ze A) niet hoe een Cosy Mystery in elkaar zit en B) kan ze niet goed hebben opgelet bij de structuur, want dat loopt niet.

Petra: Maar jij hebt wel die eerste 60 procent gewoon gelezen?

Maria: Ik heb het boek uitgelezen zelfs. Dat wel.

Petra: En was het wel interessant genoeg om die 60… of zat je eigenlijk gewoon op de moord te wachten?

Maria: Ik zat gewoon op de moord te wachten, want ik wist dat het een detectiveverhaal was. Waar het heel lang over ging was: Er was een mevrouw verhuisd naar het platteland en die had een boekwinkeltje geërfd, of een cafeetje, weet ik veel wat het was. En die ging dat allemaal opzetten en het was een klein dorpje en ze ontmoette allemaal nieuwe mensen. En dat werd helemaal uitgewijd over al die nieuwe mensen die ze ontmoette. En dat werden vrienden en die vertrouwde ze niet en dit was dat. En toen ging ze cakes bakken en hoe dat allemaal beschreven… Ik had zoiets: Waar blijft die moord? Dit kan gewoon niet! En dan op een gegeven moment komt er een politieagent en daar is ze dan boos op. Maar ja, de moord is nog niet gepleegd, dus er gebeurt verder niks met die… Dus ik denk: Ze moeten nu wel gaan onderzoeken wie die moord pleegt, maar dat ga je doen op 25 procent, zal ik maar zeggen. Maar de moord was nog niet geweest. Dus, nee. Het was niet mijn ding.

Petra: Dit zou je als schrijver heel makkelijk hebben kunnen aanpassen door inderdaad die moord naar voren te halen en dan het uitschrijven van alles wat ze meemaakt, de opzet enzo. Dat kan toch na die tijd ook wel.
Dat zie je met Fantasy boeken bijvoorbeeld ook. Dat is dan weer echt mijn liefde, is, je hebt…
Ik heb ooit een boek gelezen waarbij de eerste 100 pagina’s echt compleet de beschrijving van de wereld. En het was wel interessant, maar ik had zoiets… Ik had dat veel liever door de ogen van de personage gehaald. Zet mij gelijk in dat verhaal. En ga niet gelijk die wereld schetsen, want ik zat op het punt om dat boek opzij te leggen. En ik ben blij dat ik het niet gedaan heb, want na die 100 pagina’s werd het echt een supergoed boek. Maar voor mij had ik ook gewoon na die 100 pagina’s kunnen instappen.

Maria: 100 pagina’s is heel veel.

Petra: Dit was 450 pagina’s, denk ik. Dus we zaten op een vierde deel. Dat is best een eind om je lezer zolang mee te nemen, terwijl je toch in een verwachtingspatroon zit van: Er moet nu iets gaan gebeuren.

Maria: Precies, en dat heeft met structuur te maken. Dan heb je dus niet een goed boek geschreven, denk ik dan. Want de lezer… het gaat om de lezer. De lezer leest jouw boek. Dus die moet het gevoel krijgen dat het een goed, een fantastisch, boek is… moet de schrijver het ook op de juiste manier hebben geschreven.

Petra: In dit geval… Ik kijk dan naar zo’n boek van: Het is niet een slecht boek, omdat het begin niet goed is. Maar ik denk wel van: Een redacteur… En dit was een traditioneel uitgegeven boek, trouwens. Maar de redacteur had in die zin de verplichting om te zeggen: Luister, die eerste 100 pagina’s… Laten we kijken of we dat kunnen doorsijpelen in de rest van het verhaal. Dat verhaal moet eerder beginnen. Want uiteindelijk, wat ik al zei, vanaf 100 pagina’s was het echt een fantastisch boek. Er zat een mooie opbouw, prachtige karakters, alleen die eerste 100 pagina’s… Schrap dat weg.

Maria: Dat had gewoon weg gekund.

Petra: Ja, in feite wel, of doorsijpelen in de rest van de informatie.

Maria: Je moet weten waar je naartoe schrijft. Zijn er nog andere dingen die je denkt van hoe moet ik een fantastisch…

Hoe zorg ik dat ik een fantastisch boek krijg als schrijver?

Petra: Een van de dingen die ik doe, ik ben een plotter, maar ik pants ook. Ik doe eigenlijk een beetje van beide. Overzicht houden is daarin heel belangrijk. Op het moment dat jij gaat schrijven… ik weet waar ik naartoe wil, maar als ik een scène in ga en ik heb bepaalde details die ik daarin toevoeg, en dat heb ik niet in mijn storyline neergezet… Die details kan ik later opnieuw weer gaan aanhalen als ik dan…
Zeg, een personage heeft blond haar en het volgende moment heeft ze bruin haar, dat kan niet. Dus je wilt een overzicht houden van je verhaal, of je doet het bij het plotten gelijk al. Dat je daar een hele duidelijke structuur, een heel duidelijk overzicht, van alle details die belangrijk zijn. Of op het moment dat je het aan het schrijven bent, dat je dan die belangrijke details ergens gaat noteren. Een soort… Jij had daar zo’n mooi woord voor… schrijfbijbel?

Maria: ‘Story bible’, schrijfbijbel, inderdaad. Ik heb dat zelf bij mijn eigen boeken dus niet gedaan helaas. Ik ben stom geweest, gewoon onervarenheid, denk ik. Ik heb wel geplot. Ik heb wel dingen gemaakt. Ik heb bijvoorbeeld een plattegrondje gemaakt en weet ik wat allemaal, maar ik heb niet bijgehouden bijvoorbeeld of iemand blauwe ogen heeft of bruine ogen. Dat heb ik allemaal niet gedaan. Dus ik heb nu twee lange boeken en twee kortere verhalen en ik merk nu dat ik dingen ga vergeten. Dat ik had gewild dat ik ze zou hebben opgeschreven. Dus ik ben eigenlijk een maand of twee, drie geleden begonnen met het maken van een story bible, om dus die boeken terug te lezen en denken: Wat moet ik daar allemaal inzetten. Dat is een ontzettende pokkewerk. Laat ik het zo maar noemen. Dus, doe dat van tevoren, of doe dat tijdens het schrijven, maar doe het niet achteraf. Dat is heel belangrijk.

Petra: En de belangrijkste tip die ik daarin kan meegeven is, als je twijfelt of iets wel of niet terug gaat komen, schrijf het gewoon op. Ik heb het met personages. Ik heb het met omgevingen waar ze komen; Hoe ziet dat eruit? Is de deur groen, of is de deur blauw? Ik bedoel, dat zijn van die kleine dingetjes waarbij… Ik heb regelmatig tijdens mijn serie mijn boeken terug moeten kijken, van oké: Oh, ik wéét dat ik het eerder heb gehad, maar wat heb ik ook alweer gezegd toen? En dan moet je weer teruggaan bladeren. Gelukkig heb ik alles digitaal, en dan kun je natuurlijk op trefwoorden gaan proberen die scène terug te zoeken, maar dat is niet altijd even makkelijk.

Maria: Dat is een pokkewerk.

Petra: Dus je wilt eigenlijk gewoon dat overzicht heel duidelijk houden. Het liefst dat je teveel erin doet, dan te weinig.

Maria: Ben ik het helemaal mee eens. Zeker na mijn ervaringen.

Petra: Al doende leert men.

Maria: Precies, zo gaat dat.

Wat is een manier… Hoe hou je de aandacht van je lezer vast als je bijvoorbeeld aan het schrijven bent? Hoe doe je dat?

Ik denk dat jij daar anders in staat als ik, want ik ben een plotter en jij bent meer een ‘plantser’.

Petra: Plantser. Als je kijkt naar wat jij zelf een fantastisch boek vindt, is een hele mooie manier om te weten, oké, jij vindt… Ik hou van Fantasy boeken, en als ik een Fantasy boek heb waarbij ik denk: Oh, dit vind ik een fantastisch verhaal. Hier ga ik echt zo mee in het verhaal, dan kun je dat gaan onderzoeken, van: Maar wat maakt het dan waardoor ik die aandacht in dit boek hou? Waardoor wil ik nóg een hoofdstuk? Wat zijn dan die dingetjes?
Dan zijn een van die dingen bijvoorbeeld een goede verdeling tussen spanning en rust. Als jij een boek hebt die heel langdradig is en heel veel, wat ik al zei, die eerste 100 pagina’s van dat boek wat ik net zei. Het is zeker een toevoeging aan het verhaal, maar het was teveel in die rustmodus. Het miste de actiepunten. Dus je moet een goede lijn vinden in die opbouw tussen rust en spanning. Niet de opbouw, maar hoe noem je dat?

Maria: Flow…

Petra: De flow. Er moet een wisselwerking zijn. Dus dat lijkt mij in ieder geval een van de belangrijkste dingen.

Maria: En dat is nog niet zo super makkelijk.

Petra: Nee, zeker niet.

Maria: Want het heeft ook met structuur te maken, maar eigenlijk ook weer niet. Dat is het punt namelijk. Flow is iets dat je zelf een beetje moet aanvoelen, denk ik, terwijl je schrijft.

Petra: Heel veel dingen wat ik in ieder geval heb gemerkt is met schrijven, dat zie ik ook met de gesprekken die ik met andere schrijvers voer is, als je heel erg gaat op basis van alle regeltjes, hoe bepaalde dingen opgezet moeten worden, maar je investeert niet in het feeling krijgen met het genre en met hoe het verhaal verteld wordt, dan ga je iets missen. Dan wordt het te pragmatisch, te… Dan pak je de lezer niet op het juiste moment, zeg maar. Je wilt echt in die feeling komen van: En nu gaan we in die spanningsboog. We gaan nu ergens naar toe, dus ik ga nu de spanning opbouwen. Dus dat zijn korte zinnen. Want als je hele langdradige zinnen gebruikt, dat is ook een vorm van rust creëren. Omdat mensen dan ook langzamer moeten gaan lezen om die zin te begrijpen.

Maria: Nu je dat zo zegt denk ik van, weet ik niet of ik dat allemaal wel doe in mijn… Ik weet niet. Maar het zal misschien… Ik zal er de volgende keer eens op proberen te letten. Ik weet of ik dan korte zinnen…

Ik weet wel dat als ik een actie scène schrijf, die heb ik zo geschreven. Dat gaat heel snel.

Petra: Dat is ook goed, want je wilt ook in het gevoel zitten van die actie. Als jij namelijk heel erg gaat nadenken van: Oké, en hoe houdt ie zijn pistool dan omhoog, en hoe… Er is een indringer in je huis en ik pak nu een pistool en ik heb hem achter in mijn zak en je gaat het helemaal omschrijven hoe die… Dat brengt zoveel rust in die scène en dat past niet bij die scène. Want je hebt een dader tegenover je en dan wil je meteen: En ze greep haar… Je wilt er gelijk een soort actie, dus je denkpatroon moet ook sneller zijn. Dat kan niet anders. Je kan niet in een langzame manier een actie… Dat kan niet.
Daar haak ik gelijk even op in, want je wilt ook een, ik noem dat, een backstory. Je wilt ook een interessante backstory hebben. Met andere woorden, je wilt de motivaties van je karakters heel duidelijk hebben. Dat heb je in het begin natuurlijk al bedacht, maar dat betekent ook dat elke scène waarin jouw karakter zich… waarin jouw karakter naar voren komt, moet passen bij dat karakter.
Met andere woorden, als hij iets doet wat totaal niet ligt in zijn manier van werken… Je wilt het uitleggen. Waarom is hij nu opeens zo anders? Is er psychisch iets aan de hand of is er…? Het haalt iemand uit het verhaal als iets niet consequent is met waar je tot nu toe naar toe gaat met zo’n karakter.

Maria: Wat je hebt opgezet. En dat heb je natuurlijk al gedaan. Tenminste, ik doe dat, als plotter, doe dat al als ik een karakter ga neerzetten. Tegelijkertijd, tijdens het schrijven doe ik dat niet zo zeer meer. Ik doe dat meer in de plotfase, dat ik dus merk als ik een… Ik ga een backstory maken, want mijn karakter moet iets meegemaakt… iets meemaken, maar hij is geworden… Want dat is het punt. De lezer ontmoet een karakter op pagina één. Ondertussen heeft die al wel een heel leven, stel die persoon is 40 jaar oud, heeft een leven van 40 jaar al geleefd en dat heeft hem gemaakt tot wat ie is. Als jij als schrijver… die persoon bestaat niet in werkelijkheid. Dus jij als schrijver hebt deze persoon bedacht. Dus jij moet bedenken wat deze persoon heeft meegemaakt. Wat hem heeft gemaakt tot wat hij is op pagina één. En dat is backstory.

Petra: En het belangrijkste met backstory is, het hoeft niet allemaal in het boek. Maar je wil het laten blijken uit de acties die hij doet. Want dat hebben wij ook als wij nu iemand tegenkomen. Stel inderdaad, ik kom in real life een 40-jarige iemand tegen en die doet iets waarvan ik denk: Huh? Waar komt dat vandaan? Waarom doet ie nou zo? Als ik dan te weten kom van: Oh, maar hij heeft een… weet ik veel… Hij is ooit… heeft ruzie gehad met iemand in een winkel en daardoor heeft ie een kort lontje. Wat het ook maar is, je wilt wel duidelijk maken in de verhaallijn waarom iemand reageert op de manier waarop die reageert.

Maria: Dat is denk ik ook het mooie. Je kunt het soms verborgen laten, want soms weten de karakters ook niet eens dat ze reageren op een bepaalde manier omdat ze iets… een trauma uit het verleden… en dat kun je natuurlijk in het verhaal, het laten openbaren aan zichzelf. Dat het karakter volwassen… niet volwassen… maar dat ie groeit.

Petra: Groeiproces.

Maria: Van de karakter zelf.

Petra: Want het kan ook best zo zijn dat het karakter op pagina één ook nog niet weet dat een bepaald trauma inderdaad zijn… dit als gevolg heeft dat hij zo reageert. Dat jouw lezer dan ook denkt van: Waarom reageert ie nou zo? Dat is prima. Die vraag is juist goed, dat is een soort spanningsboog die je opbouwt, maar zorg wel dat je die hebt beantwoord aan het eind van het verhaal. Want anders gaan mensen denken: Dat past gewoon niet bij het personage en ik heb ook geen redenatie gekregen waarom ie zo reageert.

Maria: Dat is het. Ik denk dat we daar nog eens vaker over moeten hebben want het neerzetten van een 3D-karakter is een ontzettend interessant proces, daar kan je uren over praten.

Petra: Zeker. En er zijn meerdere aspecten wat we in zo’n aflevering sowieso… Maar inderdaad. Personages. Daar komt heel veel bij kijken. Het is gelijk ook wel heel erg mooi, want je leert je karakters op die manier kennen en dat wil je echt. Je wilt echt goede verbondenheid voelen met je karakters, eigenlijk voordat je gaat schrijven. Want dan heb je echt het idee van: Pietje gaat dit doen en dit gaat er nu gebeuren en dan weten we, dat is het gevolg… Op die manier wil je een lezer meenemen.

Maria: Nu hebben we het iedere keer gehad over wat is een fantastisch boek, maar wat vind jij nu specifiek?

Wat vind jij een fantastisch boek? Noem eens een voorbeeld.

Petra: Ja, ik heb meerdere boeken die ik fantastisch vind en ik zal ook de redenatie erachter uitleggen, want wat een boek voor mij fantastisch maakt is niet altijd één simpele reden. Van: dit is de reden.
Als ik een basis moet geven… Ik word meegezogen in het verhaal. Dat is voor mij echt de key wil ik een boek fantastisch vinden. Een boek die ik fantastisch vind heet ‘The Book Jumper’. Geschreven door, volgens mij heet ze, Machtild Glaser, of Gläser [Mechthild Gläser, red.]… Het is een Duitse vrouw die het boek heeft geschreven. Ik heb het in het Engels gelezen en het verhaal gaat eigenlijk over iemand die, zeg maar, in verhalen kan springen. Willen we dat allemaal niet? Dat we een boek openslaan, dat we er echt in kunnen springen? Dat is toch fantastisch! Dat hele idee vond ik al fantastisch, dus ik denk: Ik ben heel benieuwd naar de uitwerking en ik ben niet teleurgesteld. Omdat je namelijk heel erg wordt meegenomen in het verhaal. Er zit ook nog een achtergrond in. Het wordt ook uitgelegd. Het is niet alleen maar een beetje fantasie. Het wordt ook uitgelegd waarom het op die manier gebeurt. Ik had zoiets: Dit vind ik echt het pareltje van het jaar.
En mijn go-to is altijd Harry Potter. Dat is mijn basis geweest van: Als ik ooit zo’n type verhaal kan schrijven, met de achtergrond en informatie die zij al… die JK Rowling al heeft. Die ook niet eens allemaal in het verhaal terecht gekomen is. Maar waarbij je gewoon merkt: Dit is zo’n rijke wereld. Ja, dat is voor mij echt het voorbeeld waarbij je als Fantasyschrijver in elk geval graag naar toe werkt.

Maria: Ik denk niet alleen als Fantasyschrijver, want ik vind Harry Potter ook heel erg leuk. Ik heb ze allemaal gelezen en het is inderdaad de wereld die er is. De world building die zij heeft gedaan om de verhalen… en alles wat ze erbij heeft.
En wat jij zegt, het hoeft niet allemaal erin. Daar ben ik het mee eens, dat is ook een goed boek. Goede boekenserie.

Petra: Want ik heb bijvoorbeeld ook… Stephen King bijvoorbeeld… Bepaalde boeken van hem vind ik veel te langdradig. Kan ik niks mee. Ik heb uiteindelijk ‘It’ gelezen, omdat ik dacht: Ik wil van die clown fobie af. Nou, dat werkte niet.

Maria: Toch niet?

Petra: Nee, maar dat maakte ook niet uit. Ik was ook gewoon nieuwsgierig hoe zou het boek zijn. Want ik had natuurlijk de films gekeken. Maar hij heeft ook andere verhalen die ik juist wel weer heel goed vind. ‘Dodelijk dilemma’ bijvoorbeeld, vind ik heel goed. Gaat over iemand die vijf jaar in coma ligt, wakker wordt en vervolgens een voorspellende gave heeft.
Ik heb een boek van hem gelezen dat heet ‘De Marathon’. Dat was ook een boek die heel realistisch was. Van mensen die moesten een bepaalde marathon lopen, maar die moesten op een bepaalde snelheid blijven. Dus die spanning die zat er op elke pagina. Dus zo zie je, elk verhaal kan overkomen bij jou als een fantastisch verhaal op basis van verschillende principes. Maar bij mij is de basis: Ik moet meegenomen worden in het verhaal.

Maria: Voor mijzelf… Ik vind het heel lastig om een… Wat vind ik nu een fantastisch boek? Op een of andere manier vind ik lastig om dat aan te geven. Ik weet niet precies waarom. Ik lees wel heel veel. Ik lees ook heel veel boeken die niet zo heel goed zijn, maar wat ik dus wel heb… Ik let heel erg op de structuur. Dat is een van mijn dingen. Dat komt ook als plotter, denk ik, dat ik daar naar kijk en wat ik wel interessant vind is dat de karakters interessant zijn. Goed opgebouwd, goede backstory hebben. Dat de wereld goed is gebouwd en dat de structuur goed in elkaar zit. Dat vind ik belangrijk van een verhaal. Van een boek.
En dan maakt het niet uit of een boek is, of dat het een film is, of een televisieserie. Die worden natuurlijk ook geschreven. Bijvoorbeeld, ik heb een televisieserie, dat is een sitcom, heet dat dan, een komische serie, ‘Everybody Loves Raymond’. Die heb ik allemaal op DVD. Het zijn negen seizoenen, geloof ik, en die kijk ik nog regelmatig. Twee keer per jaar kijk ik alle afleveringen. En iedere keer ontdek ik weer nieuwe dingen, omdat het zo goed in elkaar zit en bovendien heel veel humor heeft. Dat is wel mijn ding. Het moet… Ik hou van lichthartige dingen, niet van hele zware dingen. Dat heeft er natuurlijk ook mee te maken.
Maar mensen denken altijd: Het is maar gewoon een sitcom. Nee, het is niet gewoon een sitcom. Het zit super in elkaar. Ze hebben er echt serieus over nagedacht over hoe ze dat hebben opgebouwd.

Petra: Ik denk ook net hoe je er naar kijkt inderdaad. Of je het gewoon even als tijdverdrijf ziet, of dat je inderdaad op de manier waarop jij naar de serie kijkt met de structuur. Ik denk dat dat ook heel belangrijk is. Dat je voor jezelf ook weet van: Wat vind ik een fantastisch boek? Schrijf je ook in hetzelfde genre als dat je ook leest, dan kun je daar ook al voorbeelden uit halen. Wat maakt dat dit boek mij zo heeft gegrepen? Dan weet je ook gelijk van: Oké, maar als ik dit dus ga toepassen in mijn eigen verhaal, kan ik dus lezers op diezelfde manier meenemen. Dan weet je ook gelijk wat je te doen hebt.

Maria: Ik vind dat eigenlijk wel een hele mooie afsluiting. Ik denk dat we als conclusie kunnen hebben dat: Je moet de schrijver meenemen. Een structuur is ook belangrijk.

Petra: Je moet de lézer meenemen. De schrijver ook, maar…

Maria: De schrijver ook, jezelf moet je ook meenemen, want anders is het niet leuk.

Petra: Tuurlijk, want je wilt toch zelf ook op reis door je boek heen?

Maria: Dus ik denk dat dat belangrijk is en ik denk dat: Zorg dat je weet hoe je moet schrijven. Dat is ook belangrijk.

Petra: Veel lezen en veel oefenen en veel schrijven. En gewoon lekker gaan.

Maria: Vind ik een hartstikke goede. Dankjewel voor het gesprek.

Petra: Jij ook.

 

About Maria Staal 211 Articles
Maria is geboren en getogen in Groningen, maar heeft ook veel van de wereld gezien. Ze schrijft detective verhalen onder een pseudoniem, helpt schrijvers hun eigen boeken uit te geven door middel van haar blog, boeken en cursussen, en heeft samen met haar schrijfcoach een succesvolle methode bedacht voor het plotten van verhalen. Houd van ruimtevaart, fietsen en katten.

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.